Homepage » Tuin365 » Natuur » Maand van de . . .

Maand van de . . .

Een nieuwe wekelijkse rubriek, met elke maand een natuurthema. Thema's zijn onder andere winterbloeiers, bollen of kruiden.

Iedere week behandel ik twee of drie planten of andere zaken uit de natuur. Ontdek het allemaal op deze pagina. Veel plezier, Marco.

Binnen zaaien: februari - maart

Buiten zaaien of planten: maart - augustus

Oogsten: mei - oktober

    Recept:

    Schil de 1 kilo aardappels, snijd in vieren en in ruime pan in laagje koud water met wat zout aan de kook brengen. Laag zetten en in 15-20 min. gaarkoken.

    Verwarm de krop andijvie en de Gelderse rookworst volgens gebruiksaanwijzing in pan of magnetron.

    Giet de aardappels af en stamp fijn  met 25 gram boter. Voeg de andijvie en naar smaak zout en peper en  2 eetlepels mosterd toe aan de aardappels.

    Snijd de rookworst in plakjes. Verdeel de stamppot en rookworst over 4 borden en extra mosterd naar smaak erbij scheppen.

    Binnen zaaien: januari - maart

    Buiten zaaien of planten: april - juli

    Oogsten: juni - oktober

    Recept:

    Kook de 2 eieren hard in 7-8 minuten. Laat de eieren schrikken onder koud water en pel de eieren. Snijd de afgekoelde eieren elk in parten.

    Pel intussen de  2 sjalotten en snipper de sjalotten.  Snijd of knip de peterselie fijn.

    Haal de bladeren van de kropsla los en scheur eventueel de dikke nerven eruit. Scheur de grote slabladeren in kleinere stukken.

    Was de sla in bak met ruim water, schud goed uit en dep in schone theedoek droog of slinger de sla  in slacentrifuge droog.

    Roer in een kom 2 eetlepels witte wijnazijn, mosterd en mespunt suiker los. Al kloppend met garde 7 eetlepels zonnebloemolie toevoegen tot lichtgebonden vinaigrette ontstaat.

    Breng op smaak met zout en peper. Roer de sjalotjes erdoor. Doe de sla in schaal, schenk de vinaigrette erover en schep de sla losjes om. Strooi de peterselie erover en garneer met partjes ei.

    Binnen zaaien: 

    Buiten zaaien of planten: 

    Oogsten: 

    Recept: 

     

    In de natuur tref je het pijpenstrootje vaak aan in heide- en veengebieden, maar ook langs vennen en in loof-en naaldbossen. Een mooie grassoort voor de tuin.

    Kleur: bruin, groen

    Standplaats: (half)schaduw of zon

    Bloeitijd: juli tot september

    Hoogte: 90 cm

    Snoeien: Het siergras pijpenstrootje kan in februari, net voordat de nieuwe groei begint, tot 10-20 cm boven de grond worden afgeknipt.

    Vingergras is een erg mooi siergras met rode bladverkleuring. In de winter laat de plant zijn blad vallen. In april krijgt de plant zijn mooie bladeren terug.  

    Kleur: bruin, groen en rood

    Standplaats: (half)schaduw of zon

    Bloeitijd: augustus en september

    Hoogte: 150 cm

    Snoeien: Eind februari tot maart kan je vingergras snoeien tot ongeveer 10 cm boven de grond.

    Duinriet is een middel tot hoog siergras met een mooie opgaande groeiwijze. De pluimen, die in de zomer verschijnen, zijn de moeite waard. Ze blijven het hele groeiseizoen rechtop staan en verkleuren in de winter naar strogeel.

    Kleur: bruin

    Standplaats: halfschaduw of zon

    Bloeitijd: juni tot augustus

    Hoogte: 120 cm

    Snoeien: Duinriet kan je snoeien in februari tot 10 - 20 cm boven de grond.

    Carex of zegge bestaat uit wel 2000 soorten. De plant is wintergroen. Delen gaat gemakkelijk in het voorjaar door de kluit in tweeën te snijden.

    Kleur: groen of bontgekleurd blad.

    Standplaats: (half)schaduw of zon

    Bloeitijd: mei tot augustus

    Hoogte: 40 cm

    Snoeien: Carex snoei je niet, maar kam je. Voordat de plant in het voorjaar opnieuw begint te groeien, verwijder je het lelijke, bruine blad en loszittend loof.

    Pampusgras is een opvallende solitaire blikvanger voor de tuin. Deze siergras is goed bestand tegen vorst en de zeewind.

    Kleur: groen of wit

    Standplaats: (half)schaduw of zon

    Bloeitijd: augustus tot oktober

    Hoogte: 250 cm

    Snoeien: in het voorjaar, wanneer de nieuwe scheuten verschijnen, tot vlak boven de grond.

    Vedergras is een prachtig gras met veerachtige pluimen, die meewuiven met de wind.

    Kleur: bruin en wit

    Standplaats: halfschaduw of zon

    Bloeitijd: juli en augustus

    Hoogte: 80 cm

    Snoeien: kan in het voorjaar tot 20 cm boven de grond.

    Lampenpoetsersgras is een laagblijvende siergras met rechtopgaande smalle bladeren. De naam lampenpoetser heeft de plant te danken aan de pluimvormige aren.

    Kleur: groen

    Standplaats: (half)schaduw

    Bloeitijd: augustus en september

    Hoogte: 50 cm

    Snoeien: Knip de plant in februari of maart tot 10 cm hoogte af.

    Blauw schapengras heeft mooie dunne naaldvormige bladeren. Mooie plant voor de heidetuin of rotstuin. 

    Kleur: blauwgrijs tot staalblauw

    Standplaats: (half)schaduw of zon

    Bloeitijd: mei

    Hoogte: 30 cm

    Snoeien: nee, maar haal in maart het bruine loof er voorzichtig uit door te "kammen".

    De Miscanthus Sinensis  is een siergras met opgaande, afhangende groei, die mooi meedeint met de wind.

    Kleur: grijsgroen

    Standplaats: (half)schaduw of zon

    Bloeitijd: augustus en september

    Hoogte: 150 cm

    Snoeien: in maart tot 20 cm boven de grond.

    Tweejarige plant

    Oogsttijd: maart t/m september

    Gebruik: het blad en de wortel. Voeg peterselie op het laatste moment toe aan gerechten. De blaadjes zijn heel gevoelig. Als je het meekookt, gaat een groot deel van de smaak verloren.

    Geschikt voor: mosselen.

    Verder in: Pasta en stoofgerechten, worteltjes, soepen, sauzen en omeletten.

    Tweejarige plant

    Oogsttijd: juni t/m december

    Gebruik: de blaadjes als keukenkruid. Laat selderij niet te lang mee koken, anders wordt de smaak al snel te overheersend.

    Geschikt voor: erwtensoep.

    Verder in: stoofgerechten, bouillons en soepen.

    Overblijvende plant

    Oogsttijd: maart t/m oktober

    Gebruik: de hele spriet. De bloemen zijn ook eetbaar. Voeg bieslook op het laatste moment toe aan gerechten. De sprietjes zijn heel gevoelig. Als je het meekookt, gaat een groot deel van de smaak verloren.

    Geschikt voor: ei met bieslook.

    Verder in: soepen, salades en bij vis.

    Eénjarige plant

    Oogsttijd: juni t/m oktober

    Gebruik: de blaadjes en het zaad. Voeg dille op het laatste moment toe aan gerechten. De blaadjes zijn heel gevoelig. Als je het meekookt, gaat een groot deel van de smaak verloren.

    Geschikt voor: o.a. zalm

    Verder in: aardappelgerechten, komkommer, bij vis, verse kaas en sauzen.

    Overblijvende plant

    Oogsttijd: gehele jaar

    Gebruik: de blaadjes en topjes. Voeg tijm zo snel mogelijk toe aan een gerecht. Door het lang mee te koken, geeft het des te meer smaak af.

    Geschikt voor: Courgette met tijm

    Verder in: Bouillons, soepen en stoofgerechten.

    Eénjarige plant

    Oogsttijd: juli t/m september

    Gebruik: de blaadjes. Voeg de blaadjes op het laatste moment toe aan gerechten, want ze zijn heel kwetsbaar. Als je basilicum meekookt, gaat een groot deel van de smaak verloren.

    Geschikt voor: mozzarella en tomaat met basilicum

    Verder in: Mediterrane gerechten, soepen, sauzen en salades.

    Overblijvende plant.

    Oogsttijd: hele jaar.

    Gebruik: Naalden van de plant. De hele tak, alleen tijdens het koken. Hoe langer je de takjes meekookt, hoe beter de smaak.

    Geschikt voor: Gebakken aardappels met rozemarijn.

    Verder in: Met paddenstoelen, wild en lamsvlees.

    Overblijvende plant.

    Oogsttijd: maart t/m oktober.

    Gebruik: De jonge toppen van de plant, aan het einde toevoegen, anders is er smaakverlies.

    Geschikt voor: pizza.

    Verder in: Mediterrane gerechten, tomatensaus en gehakt en gegrild vlees.

    Overblijvende plant

    Oogsttijd: maart t/m oktober

    Gebruik: de blaadjes van munt. Verse munt is het meest smaakvol. Kook de blaadjes dus niet mee, maar voeg ze bijvoorbeeld toe als garnering.

    Geschikt voor: lamsvlees.

    Verder in: salades, thee en bij peultjes, worteltjes, fruit en nieuwe aardappelen.

    De haagbeukenhaag is een andere plant dan de beukenhaag (Fagus sylvatica), die eigenlijk een gewone beuk is. De haagbeuk kan je snoeien in de nazomer of vroege herfst. In het najaar krijgt de haag prachtige herfstkleuren.

    Groei per jaar: 20 - 40 cm

    Standplaats: Zon, halfschaduw of schaduw

    Vochtigheid: Vochtig, normaal of droog

    Winterhardheid: Goed

    De conifeer is een zeer dichte haag en groeit erg snel. Snoei de haag twee keer per jaar in mei en oktober, maar niet te diep. Wist je dat de boom 40 meter hoog kan worden.

    Groei per jaar: 80 - 100 cm

    Standplaats: Zon, halfschaduw of schaduw

    Vochtigheid: Vochtig, normaal of droog

    Winterhardheid: Goed

    De laurierkers is een snelle groeier, die gemakkelijk te snoeien is. Snoeien gebeurt in de lente of de herfst. De plant is minder geschikt voor kalkrijke bodems en houdt niet van natte voeten. 

    Groei per jaar: 40 - 50 cm

    Standplaats: Zon, halfschaduw of schaduw

    Vochtigheid: Vochtig, normaal of droog

    Winterhardheid: Goed

    De olijfwilg is goed bestand tegen de zeewind. De plant is familie van de duindoorn. Als je de plant niet snoeit krijgt de olijfwilg in het najaar geurende witte bloemen.

    Groei per jaar: 20 - 40 cm

    Standplaats: Zon of halfschaduw

    Vochtigheid: Vochtig, normaal of droog

    Winterhardheid: Matig

    De taxus is een conifeer die langzaam groeit en erg oud kan worden. De naalden en pitten van de rode bessen zijn giftig

    Groei per jaar: 10 cm

    Standplaats: Zon, halfschaduw of schaduw

    Vochtigheid: Normaal of droog

    Winterhardheid: Zeer goed of Goed

    In het voorjaar heeft de meidoorn mooie witte geurende bloemen. De vruchten kleuren groen tot donkerrood. De zoete bessen kan je eten. Het harde hout van de meidoorn is geschikt voor houtbewerking.

    Groei per jaar: 20 - 40 cm

    Standplaats: Zon, halfschaduw of schaduw

    Vochtigheid: Vochtig, normaal of droog

    Winterhardheid: Goed

    Deze hulst-soort is een groenblijvende plant en is de ideale buxusvervanger. Het verschil met de buxus is dat de blaadjes wat bol zijn. Zelfs Paleis Het Loo heeft alle buxus vervangen door de Ilex.

    Groei per jaar: 15 - 30 cm

    Standplaats: Zon, halfschaduw of schaduw

    Vochtigheid: Vochtig, normaal of droog

    Winterhardheid: Goed

    De buxus wordt vanwege de buxusmot steeds minder gewild. Toch is de plant gemakkelijk (in vorm) te snoeien. Het hout van de buxus wordt palmhout genoemd. Het is geel, zwaar en zeer dicht, daardoor goed geschikt voor fijne houtbewerking en bij het maken van blaasinstrumenten.

    Groei per jaar: 10 cm

    Standplaats: Zon, halfschaduw of schaduw

    Vochtigheid: Vochtig, normaal of droog

    Winterhardheid: Goed

    De bekendste en erg geliefde haagplant is de liguster. De plant krijgt zwarte giftige bessen, na de prachtige witte en heerlijk geurende (giftige) bloemetjes in de zomer. In strenge winters verliest de liguster haar blad.

    Groei per jaar: 30 cm

    Standplaats: Zon, halfschaduw of schaduw

    Vochtigheid: Vochtig, normaal of droog

    Winterhardheid: Goed

    Uiterlijk: De worm heeft een langgerekt lichaam, met ongeveer op het midden een soort bandje, het zadel. Geen poten of duidelijke kop. De kleur is roze- tot geelbruin.

    Gedrag: Eet rottend blad en ander dood plantenmateriaal.

    Leefgebied: Overal op en in de bodem. Veel in tuinen en parken.

    Wist je dat: Een worm geen botten en ogen heeft. Door trillingen op de bodem komt een worm naar boven, het lange diertje denkt dat er regen op komst is. Vandaar ook de naam regenworm. 

    Uiterlijk:1,5 cm groot. Lichtgeel tot donkergrijs, met vlekken.

    Gedrag: Bij gevaar rolt de pissebed zich op tot een balletje. 

    LeefgebiedOp droge plaatsen zoals muren en stenen waar de zon op schijnt. 

    Wist je dat: De geur van veel pissebedden aan urine doet denken. Een pissebed is koudbloedig en een kreeftachtige. Het diertje leeft van rottend hout en rottend blad.

    Uiterlijk: (Kleine vos:) Vleugels tot 2,5 cm. Roodbruin met een rij blauwe vlekken langs de achterrand. Op de voorste rand zwarte en lichte vlekken, in het midden drie zwarte.

    Gedrag: Zit vaak met opengevouwen vleugels te zonnen.

    Leefgebied: In parken, tuinen en natuurgebieden.

    Wist je dat: "Ogen" op de vleugels dienen om af te schrikken. Je vlinders ook kunt lokken met rottend fruit. Vijanden van vlinders zijn vogels, vleermuizen en spinnen.

    Uiterlijk: De egel is bol en ongeveer 15 tot 30 cm groot. De kleur is bruingrijs. Heeft ongeveer 8000 kleine stekeltjes op de rug. De snuit is spits. Heeft korte pootjes.

    Gedrag: De egel zoekt 's nachts naar voedsel en komt pas in de schemering tevoorschijn.

    Leefgebied: In parken, bossen en tuinen.

    Wist je dat: Als er gevaar dreigt rolt de egel zich op tot een klein balletje. Houdt een winterslaap van oktober tot april. De egel leefde al in de tijd van de dinosauriërs.

    Uiterlijk: Grasgroen met een lange puntstaart. Rode kromme snavel. Gele iris. 

    Gedrag: Knabbelt aan zaden, knoppen en blaadjes. Luidruchtig in groepen met hun keiharde getsjirp. Slaapt ’s winters in grote groepen.

    Leefgebied: In grote steden, zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en ook in Leiden.

    Wist je dat: De halsbandparkiet oorspronkelijk uit India en midden Afrika komen. En dat de eerste parkiet eind jaren 60 in het wild in ons land te zien was. Oorzaak was dat de vogels werden losgelaten vanuit huis.

    Uiterlijk: Tot 11 cm land. De buik is wit, beige of lichtgeel met vlekken en oranjerode streep. De rug is bruingrijs.

    Gedrag: De salamander eet alle diertjes die hij kan doorslikken.

    Leefgebied: Onder bladeren, hout of stenen, in bosjes en in water, zoals de vijver in de tuin.

    Wist je dat: Een salamander een amfibie is en een hagedis een reptiel. Als een salamander een pootje of een deel van zijn staart verliest, groeit deze gewoon weer aan.

    Uiterlijk: 12 tot 20 cm groot. Grote schepvormige voorpoten. Roze spitse snuit. Dikke zwartfluwelen vacht.

    GedragLeeft in gangen onder de grond en is blind.

    Leefgebied: Overal waar de grond geschikt is om in te graven.

    Wist je dat: Mollen erg nuttig zijn voor de tuin. Ze beluchten de tuin. Ze eten insecten op, die anders planten beschadigen.

    Uiterlijk10 tot 45 cm groot. Grote ogen, lange oren. Gedrongen lichaam met sterke achterpoten. De Vacht is meestal grijsbruin. De korte staart is zwart van boven en wit van onder.

    GedragSlaat alarm met zijn achterpoten.

    LeefgebiedIn gebieden met zandige bodem, zoals duingebieden, maar ook in de stad of op de tuin.

    Wist je dat: Konijn kunnen niet zweten en raken warmte kwijt via de oren; Een konijn is geen knaagdier, maar een haasachtige; Wortels zijn slecht voor konijnen, omdat ze te zoet zijn. Hooi is beter. 

    Uiterlijk: Het lijf is koperkleurig met witte en zwarte spikkels. Heeft een groene kop. Rood rondom de ogen. Witte kraag. Heeft een lange puntstaart.

    Gedrag: Deze vogel vliegt bijna nooit en holt als hij wordt verstoord het riet of de bosjes in.

    Leefgebied: In rietkragen of langs bosranden, op akkers en in de duinen en onze tuinen.

    Wist je dat: Fazanten in april en mei het hardst geluid maken. En dat dat geluid "kokkelen" heet.

    Planttijd: september t/m december

    Plantafstand:  25 cm

    Plantdiepte:  15 cm

    Bloeitijd: mei t/m juli

    Bijzonderheden: De sier-ui is een bolgewas. De sier-ui staat op een zonnige en niet natte plek in de tuin. De rechte stengel kan soms 1 meter hoog worden. Vlinders en bijen zijn dol op de plant. 

    Planttijd: september t/m november

    Plantafstand:  10 cm

    Plantdiepte:  5 cm

    Oogsttijd: vanaf eind juni

    BijzonderhedenAls tweederde van het loof van de plant geel verkleurt, is hij gereed om met loof en al te worden gerooid. Doe dat voorzichtig om de bollen niet te beschadigen. Van verse knoflook ga je minder uit je mond stinken dan van gedroogde knoflook.

    Planttijd: september t/m december

    Plantafstand: 15 cm

    Plantdiepte: 15 cm

    Bloeitijd: april tot juni

    Bijzonderheden: De hyacinth is de lekkerst geurende voorjaarsbloem. Wist je dat de hyacint familie is van de asperge.

    Planttijd: september t/m december

    Plantafstand: 10 cm

    Plantdiepte: 6 cm

    Bloeitijd: mei en juni

    Bijzonderheden: Irissen behoren tot de lissenfamilie. De irissen als moerasplanten groeien aan op een vochtige, zure en vruchtbare bodem. Ze staan dan ook ideaal aan een waterkant, en graag in de zon. Irissen hebben geen last van ziektes en ongedierten. 

    Planttijd: september en oktober

    Plantafstand: 3 cm

    Plantdiepte: 6 cm

    Bloeitijd: januari t/m april

    Bijzonderheden: Krokussen zijn gemakkelijk te verzorgen en zijn ongevoelig voor ziekten. Er zijn 100 tot 150 bolletjes per vierkante meter nodig voor krokus-tapijt.

    Planttijd: september t/m december

    Plantafstand: 5 cm

    Plantdiepte: 3 cm

    Bloeitijd: mei en juni

    Bijzonderheden: Blauwe druifjes komen van oorsprong uit het Middellandse Zeegebied en Klein-Azië. In de winter is het loof vaak al zichtbaar in de tuin.

    Planttijd: van september t/m december

    Plantafstand: 7 cm

    Plantdiepte: 15 cm

    Bloeitijd: van februari tot april

    Bijzonderheden: Narcissen kan je laten verwilderen, hierdoor vermeerderen ze zich. Wist je dat de narcis heel erg giftig is!

    Planttijd: van oktober t/m december

    Plantafstand: 7 cm

    Plantdiepte: 10 cm

    Bloeitijd: in januari en februari

    Bijzonderheden: Het sneeuwklokje is een stinsen-plant en is verwildert. Sneeuwklokjes of "vroegopjes" vermeerderen zich gemakkelijk. De pollen kan je ook delen en dan planten. 

    Planttijd: van september t/m december

    Plantafstand: 10 cm

    Plantdiepte: 15 cm

    Bloeitijd: van eind maart tot juni

    Bijzonderheden: De tulp is afkomstig uit Turkije en was in de 17e eeuw goud waard. En wist je dat er wereldwijd zo'n 150 soorten in 3000 variaties zijn.

    Een echte weideplant is de scherpe boterbloem. Scherp, dankt die aan de scherpe smaak van de gele of boterkleurige bloemen. Maar let op: giftig. De boterbloem bloeit van april tot oktober. De kroon van de drachtplant telt vijf kelkbladen. Bijen en hommels zijn dol op de plant.

    De gele bostulp is een wilde overblijvende stinsenplant. De bostulp heeft een opvallende stervormige gele bloem aan een lange kale steel. Verspreiding gaat door bolletjes die aan lange uitlopers zitten. De bosbewoner staat op de Rode Lijst en is kwetsbaar.

    De gele anemoon is een stinsenplant. Je vindt hem op kalkrijke bosgronden en op landgoederen en buitenplaatsen. De vaste plant en schaduwplant bloeit in maart en april. In het Haagse Bos werd de plant al in de 17e eeuw gezien.

    Speenkruid is één van de eerste gele planten die in bloei komen na de winter. De naam speenkruid heeft te maken met de speenvormige knolletjes.

    In het voorjaar is het een groot tapijt van gele bloemen, die zich laten zien wanneer de zon schijnt. Verspreiding van de voorjaarsbloeier gaat door de knollen of via zaad. Het is een echte stinsenplant.

    Vanaf eind maart zie je vooral in bermen en akkers de gele voorjaarsplant. De verwilderde akkerplant kan 1 meter hoog worden. Niet te verwarren met koolzaad, die later bloeit. Uit de zaden kan raapolie worden gewonnen. Raapzaad is een waardevolle plant voor solitaire en sociale bijen en wespen.

    De winterakoniet is een vroege bloeier met opvallende gele bloemen, die bloeit tot maart. Elke stengel van de ranonkelachtige krijgt één bloem. Deze schaduwplant behoort tot de stinsenflora, je ziet de plant daarom nog veel op oude landgoederen. De bloembollen zijn te koop.

    Langs beken en stroompjes, in vochtige graslanden en natte plekken in het bos zie je in het voorjaar de gewone dotterbloem. De bloemen hebben iets weg van de boterbloem. De bladeren zijn niervormig, maar wel giftig. De ranonkelachtige plant kan 50 cm hoog worden. Hij bloeit in het voor- als in het najaar. Het is een mooie moeras- of oeverplant.

    Deze vaste plant is één van de eerste bloeiers in het voorjaar. Echt een teken dat het voorjaar voor de deur staat. Hij bloeit vanaf februari of maart. De bloem van het klein hoefblad lijkt wat op de paardenbloem, echter de bladeren verschijnen pas na de bloei in april. De pioniersplant heeft kruipende wortelstokken met lange ondergrondse uitlopers, die wel een meter lang kunnen worden.

    De paardenbloem is toch wel het bekendste onkruid of overblijvende composietenplant. Het kruid met de prachtige gele bloem bloeit in april en soms een tweede keer in het najaar. Wist je dat de bladeren eetbaar zijn. Konijnen zijn er ook dol op.

    De kerstroos of heksenkruid heeft prachtige rozewitte bloemen en bloeit vanaf Kerstmis tot half april. De plant is giftig.

    De Helleborus snoeien van lelijke bladeren tot aan de grond kan eind januari en begin februari. Eind april zijn de bloemen uitgebloeid en kunnen deze worden afgeknipt. Planten van nieuwe kerstrozen kan vanaf maart tot aan het einde van de herfst. Voeg flink wat compost of bladaarde aan de grond toe.

    De sneeuwbal bloeit van november tot april. De bloemen zijn roze tot wit.

    De sneeuwbal is familie van de kamperfoelie en kan het hele jaar  worden geplant, behalve bij vorst. De heester bloeit nog tot april. Geef in de zomer, wanneer het erg droog is veel water. Wist je dat de sneeuwbal heerlijk geurt. Na de bloei kan je de plant het best snoeien. Later betekent dat je de knoppen wegsnoeit. Een erg mooie winterbloeier.

    De boom is winterhard en bloeit van januari tot maart met mooie gele bloemen. Na de bloei krijgt de kornoelje kersrode eetbare vruchten. Vogels zijn er ook dol op.

    De Cornus mas staat op de Rode Lijst. De boom of heester kan zo'n 5 tot 6 meter hoog worden. Opvallend is dat de bloemen op het kale hout bloeien in de winter.

    De roze winterheide of dopheide bloeit mooi van november tot mei. Het is een groenblijvende dikke bossige sierheester, die ongeveer 25 cm hoog wordt. De grond is kalkvrij en heeft een hoge zuurgraad. Erica staat graag in de zon.

    Alle uitgebloeide takken terugknippen. Hierdoor blijft de plant compact en verhout niet te sterk aan de onderzijde. 

    Skimmia is winterhard en groenblijvend. De heester bloeit tot mei en ruikt heerlijk. Skimmia doet het goed in de (half)schaduw, maar niet in e volle zon. De grond is lichtzuur en niet kalkhoudend. De beste planttijd is september. Snoeien kan in mei of juni, na de bloei.

    De winterjasmijn is een echte klimplant, maar dan wel met ondersteuning van bijvoorbeeld een pergola of raamwerk. De jasmijn bloeit prachtig van december tot mei. De grond is kalkarm en de heester doet het goed in de schaduw of in de zon. Snoeien kan direct na de bloeitijd. Maar let op, de jasmijn bloeit op het hout van het voorgaande jaar, zoals de vlinderstruik.

    De toverhazelaar is een bladverliezende heester met mooie gele of rode of roodbruine bloemen. De soort bloeit in januari tot maart. De standplaats is een zonnige of licht schaduwrijke plek in een lemige of lichtzure grond. De toverhazelaar kan zich vermeerderen door afleggen d.w.z. een tak op de grond kan gaan wortelen. Snoeien is niet echt nodig, maar het kan ook weer na de bloei.

    Forsythia bloeit van februari tot eind april en is een echte voorbode van de lente. Snoeien van de plant is direct na de bloei en dit stimuleert de aanmaak van nieuwe scheuten die het volgende jaar gaan bloeien. Forsythia houdt van een plek in de volle zon of  lichte schaduw. De grond is voedselrijk en vochtig. Een mooie winterbloeier.

    De kleine maagdenpalm is een groenblijvende bodembedekker die bloeit tot mei en blijft erg laag tot 30 cm hoog. Vinca minor is een echte stinsenplant, een schaduwplant, die je ook in de bossen aantreft. Snoeien kan in maart en april.