Homepage » Tuin365 » Natuur » Maand van de . . .

Maand van de . . .

Een nieuwe wekelijkse rubriek, met elke maand een natuurthema. Thema's zijn onder andere winterbloeiers, bollen of kruiden.

Iedere week behandel ik twee of drie planten of andere zaken uit de natuur. Ontdek het allemaal op deze pagina. Veel plezier, Marco.

Latijnse naam: Carpinus betulus

De haagbeukenhaag is een andere plant dan de beukenhaag (Fagus sylvatica), die eigenlijk een gewone beuk is. De haagbeuk kan je snoeien in de nazomer of vroege herfst. In het najaar krijgt de haag prachtige herfstkleuren.

Groei per jaar: 20 - 40 cm

Standplaats: Zon, halfschaduw of schaduw

Vochtigheid: Vochtig, normaal of droog

Winterhardheid: Goed

Latijnse naam: De conifeer is een zeer dichte haag en groeit erg snel. Snoei de haag twee keer per jaar in mei en oktober, maar niet te diep. Wist je dat de boom 40 meter hoog kan worden.

Groei per jaar: 80 - 100 cm

Standplaats: Zon, halfschaduw of schaduw

Vochtigheid: Vochtig, normaal of droog

Winterhardheid: Goed

Latijnse naam: Elaeagnus ebbingei

De olijfwilg is goed bestand tegen de zeewind. De plant is familie van de duindoorn. Als je de plant niet snoeit krijgt de olijfwilg in het najaar geurende witte bloemen.

Groei per jaar: 20 - 40 cm

Standplaats: Zon of halfschaduw

Vochtigheid: Vochtig, normaal of droog

Winterhardheid: Matig

Latijnse naam: Taxus baccata

De taxus is een conifeer die langzaam groeit en erg oud kan worden. De naalden en pitten van de rode bessen zijn giftig

Groei per jaar: 10 cm

Standplaats: Zon, halfschaduw of schaduw

Vochtigheid: Normaal of droog

Winterhardheid: Zeer goed of Goed

Latijnse naam: Crataegus monogyna

In het voorjaar heeft de meidoorn mooie witte geurende bloemen. De vruchten kleuren groen tot donkerrood. De zoete bessen kan je eten. Het harde hout van de meidoorn is geschikt voor houtbewerking.

Groei per jaar: 20 - 40 cm

Standplaats: Zon, halfschaduw of schaduw

Vochtigheid: Vochtig, normaal of droog

Winterhardheid: Goed

Latijnse naam: Ilex crenata "Convexa" 

Deze hulst-soort is een groenblijvende plant en is de ideale buxusvervanger. Het verschil met de buxus is dat de blaadjes wat bol zijn. Zelfs Paleis Het Loo heeft alle buxus vervangen door de Ilex.

Groei per jaar: 15 - 30 cm

Standplaats: Zon, halfschaduw of schaduw

Vochtigheid: Vochtig, normaal of droog

Winterhardheid: Goed

Latijnse naam: Buxus sempervirens

De buxus wordt vanwege de buxusmot steeds minder gewild. Toch is de plant gemakkelijk (in vorm) te snoeien. Het hout van de buxus wordt palmhout genoemd. Het is geel, zwaar en zeer dicht, daardoor goed geschikt voor fijne houtbewerking en bij het maken van blaasinstrumenten.

Groei per jaar: 10 cm

Standplaats: Zon, halfschaduw of schaduw

Vochtigheid: Vochtig, normaal of droog

Winterhardheid: Goed

Latijnse naam: Ligustrum ovalifolium

De bekendste en erg geliefde haagplant is de liguster. De plant krijgt zwarte giftige bessen, na de prachtige witte en heerlijk geurende (giftige) bloemetjes in de zomer. In strenge winters verliest de liguster haar blad.

Groei per jaar: 30 cm

Standplaats: Zon, halfschaduw of schaduw

Vochtigheid: Vochtig, normaal of droog

Winterhardheid: Goed

Latijnse naam: Annelida

Uiterlijk: De worm heeft een langgerekt lichaam, met ongeveer op het midden een soort bandje, het zadel. Geen poten of duidelijke kop. De kleur is roze- tot geelbruin.

Gedrag: Eet rottend blad en ander dood plantenmateriaal.

Leefgebied: Overal op en in de bodem. Veel in tuinen en parken.

Wist je dat: Een worm geen botten en ogen heeft. Door trillingen op de bodem komt een worm naar boven, het lange diertje denkt dat er regen op komst is. Vandaar ook de naam regenworm. 

Latijnse naam: Isopoda

Uiterlijk:1,5 cm groot. Lichtgeel tot donkergrijs, met vlekken.

Gedrag: Bij gevaar rolt de pissebed zich op tot een balletje. 

LeefgebiedOp droge plaatsen zoals muren en stenen waar de zon op schijnt. 

Wist je dat: De geur van veel pissebedden aan urine doet denken. Een pissebed is koudbloedig en een kreeftachtige. Het diertje leeft van rottend hout en rottend blad.

Latijnse naam: Lepidoptera

Uiterlijk: (Kleine vos:) Vleugels tot 2,5 cm. Roodbruin met een rij blauwe vlekken langs de achterrand. Op de voorste rand zwarte en lichte vlekken, in het midden drie zwarte.

Gedrag: Zit vaak met opengevouwen vleugels te zonnen.

Leefgebied: In parken, tuinen en natuurgebieden.

Wist je dat: "Ogen" op de vleugels dienen om af te schrikken. Je vlinders ook kunt lokken met rottend fruit. Vijanden van vlinders zijn vogels, vleermuizen en spinnen.

Latijnse naam: Erinaceus europaeus

Uiterlijk: De egel is bol en ongeveer 15 tot 30 cm groot. De kleur is bruingrijs. Heeft ongeveer 8000 kleine stekeltjes op de rug. De snuit is spits. Heeft korte pootjes.

Gedrag: De egel zoekt 's nachts naar voedsel en komt pas in de schemering tevoorschijn.

Leefgebied: In parken, bossen en tuinen.

Wist je dat: Als er gevaar dreigt rolt de egel zich op tot een klein balletje. Houdt een winterslaap van oktober tot april. De egel leefde al in de tijd van de dinosauriërs.

Latijnse naam: Psittacula krameri

Uiterlijk: Grasgroen met een lange puntstaart. Rode kromme snavel. Gele iris. 

Gedrag: Knabbelt aan zaden, knoppen en blaadjes. Luidruchtig in groepen met hun keiharde getsjirp. Slaapt ’s winters in grote groepen.

Leefgebied: In grote steden, zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en ook in Leiden.

Wist je dat: De halsbandparkiet oorspronkelijk uit India en midden Afrika komen. En dat de eerste parkiet eind jaren 60 in het wild in ons land te zien was. Oorzaak was dat de vogels werden losgelaten vanuit huis.

Latijnse naam: Caudata

Uiterlijk: Tot 11 cm land. De buik is wit, beige of lichtgeel met vlekken en oranjerode streep. De rug is bruingrijs.

Gedrag: De salamander eet alle diertjes die hij kan doorslikken.

Leefgebied: Onder bladeren, hout of stenen, in bosjes en in water, zoals de vijver in de tuin.

Wist je dat: Een salamander een amfibie is en een hagedis een reptiel. Als een salamander een pootje of een deel van zijn staart verliest, groeit deze gewoon weer aan.

Latijnse naam: Talpa europaea

Uiterlijk: 12 tot 20 cm groot. Grote schepvormige voorpoten. Roze spitse snuit. Dikke zwartfluwelen vacht.

GedragLeeft in gangen onder de grond en is blind.

Leefgebied: Overal waar de grond geschikt is om in te graven.

Wist je dat: Mollen erg nuttig zijn voor de tuin. Ze beluchten de tuin. Ze eten insecten op, die anders planten beschadigen.

Latijnse naam: Oryctolagus cuniculus

Uiterlijk10 tot 45 cm groot. Grote ogen, lange oren. Gedrongen lichaam met sterke achterpoten. De Vacht is meestal grijsbruin. De korte staart is zwart van boven en wit van onder.

GedragSlaat alarm met zijn achterpoten.

LeefgebiedIn gebieden met zandige bodem, zoals duingebieden, maar ook in de stad of op de tuin.

Wist je dat: Konijn kunnen niet zweten en raken warmte kwijt via de oren; Een konijn is geen knaagdier, maar een haasachtige; Wortels zijn slecht voor konijnen, omdat ze te zoet zijn. Hooi is beter. 

Latijnse naam: Phasianus colchicus

Uiterlijk: Het lijf is koperkleurig met witte en zwarte spikkels. Heeft een groene kop. Rood rondom de ogen. Witte kraag. Heeft een lange puntstaart.

Gedrag: Deze vogel vliegt bijna nooit en holt als hij wordt verstoord het riet of de bosjes in.

Leefgebied: In rietkragen of langs bosranden, op akkers en in de duinen en onze tuinen.

Wist je dat: Fazanten in april en mei het hardst geluid maken. En dat dat geluid "kokkelen" heet.

Latijnse naam: Allium

Planttijd: september t/m december

Plantafstand:  25 cm

Plantdiepte:  15 cm

Bloeitijd: mei t/m juli

Bijzonderheden: De sier-ui is een bolgewas. De sier-ui staat op een zonnige en niet natte plek in de tuin. De rechte stengel kan soms 1 meter hoog worden. Vlinders en bijen zijn dol op de plant. 

Latijnse naam: Allium sativum

Planttijd: september t/m november

Plantafstand:  10 cm

Plantdiepte:  5 cm

Oogsttijd: vanaf eind juni

BijzonderhedenAls tweederde van het loof van de plant geel verkleurt, is hij gereed om met loof en al te worden gerooid. Doe dat voorzichtig om de bollen niet te beschadigen. Van verse knoflook ga je minder uit je mond stinken dan van gedroogde knoflook.

Latijnse naam: Hyacinthus

Planttijd: september t/m december

Plantafstand: 15 cm

Plantdiepte: 15 cm

Bloeitijd: april tot juni

Bijzonderheden: De hyacinth is de lekkerst geurende voorjaarsbloem. Wist je dat de hyacint familie is van de asperge.

Latijnse naam: Iris

Planttijd: september t/m december

Plantafstand: 10 cm

Plantdiepte: 6 cm

Bloeitijd: mei en juni

Bijzonderheden: Irissen behoren tot de lissenfamilie. De irissen als moerasplanten groeien aan op een vochtige, zure en vruchtbare bodem. Ze staan dan ook ideaal aan een waterkant, en graag in de zon. Irissen hebben geen last van ziektes en ongedierten. 

Latijnse naam: Crocus

Planttijd: september en oktober

Plantafstand: 3 cm

Plantdiepte: 6 cm

Bloeitijd: januari t/m april

Bijzonderheden: Krokussen zijn gemakkelijk te verzorgen en zijn ongevoelig voor ziekten. Er zijn 100 tot 150 bolletjes per vierkante meter nodig voor krokus-tapijt.

Latijnse naam: Muscari

Planttijd: september t/m december

Plantafstand: 5 cm

Plantdiepte: 3 cm

Bloeitijd: mei en juni

Bijzonderheden: Blauwe druifjes komen van oorsprong uit het Middellandse Zeegebied en Klein-Azië. In de winter is het loof vaak al zichtbaar in de tuin.

Latijnse naam: Narcissus

Planttijd: van september t/m december

Plantafstand: 7 cm

Plantdiepte: 15 cm

Bloeitijd: van februari tot april

Bijzonderheden: Narcissen kan je laten verwilderen, hierdoor vermeerderen ze zich. Wist je dat de narcis heel erg giftig is!

Latijnse naam: Galanthus nivalis

Planttijd: van oktober t/m december

Plantafstand: 7 cm

Plantdiepte: 10 cm

Bloeitijd: in januari en februari

Bijzonderheden: Het sneeuwklokje is een stinsen-plant en is verwildert. Sneeuwklokjes of "vroegopjes" vermeerderen zich gemakkelijk. De pollen kan je ook delen en dan planten. 

Latijnse naam: Tulipa

Planttijd: van september t/m december

Plantafstand: 10 cm

Plantdiepte: 15 cm

Bloeitijd: van eind maart tot juni

Bijzonderheden: De tulp is afkomstig uit Turkije en was in de 17e eeuw goud waard. En wist je dat er wereldwijd zo'n 150 soorten in 3000 variaties zijn.

Latijnse naam: Ranunculus acris

Een echte weideplant is de scherpe boterbloem. Scherp, dankt die aan de scherpe smaak van de gele of boterkleurige bloemen. Maar let op: giftig. De boterbloem bloeit van april tot oktober. De kroon van de drachtplant telt vijf kelkbladen. Bijen en hommels zijn dol op de plant.

Latijnse naam: Tulipa sylvestris

De gele bostulp is een wilde overblijvende stinsenplant. De bostulp heeft een opvallende stervormige gele bloem aan een lange kale steel. Verspreiding gaat door bolletjes die aan lange uitlopers zitten. De bosbewoner staat op de Rode Lijst en is kwetsbaar.

Latijnse naam: Anemone ranunculoides

De gele anemoon is een stinsenplant. Je vindt hem op kalkrijke bosgronden en op landgoederen en buitenplaatsen. De vaste plant en schaduwplant bloeit in maart en april. In het Haagse Bos werd de plant al in de 17e eeuw gezien.

Latijnse naam: Ficaria verna subsp. buliberfer

Speenkruid is één van de eerste gele planten die in bloei komen na de winter. De naam speenkruid heeft te maken met de speenvormige knolletjes.

In het voorjaar is het een groot tapijt van gele bloemen, die zich laten zien wanneer de zon schijnt. Verspreiding van de voorjaarsbloeier gaat door de knollen of via zaad. Het is een echte stinsenplant.

Latijnse naam: Brassica rapa subsp. oleifera

Vanaf eind maart zie je vooral in bermen en akkers de gele voorjaarsplant. De verwilderde akkerplant kan 1 meter hoog worden. Niet te verwarren met koolzaad, die later bloeit. Uit de zaden kan raapolie worden gewonnen. Raapzaad is een waardevolle plant voor solitaire en sociale bijen en wespen.

Latijnse naam: Eránthis hyemális

De winterakoniet is een vroege bloeier met opvallende gele bloemen, die bloeit tot maart. Elke stengel van de ranonkelachtige krijgt één bloem. Deze schaduwplant behoort tot de stinsenflora, je ziet de plant daarom nog veel op oude landgoederen. De bloembollen zijn te koop.

Latijnse naam: Cáltha palústris

Langs beken en stroompjes, in vochtige graslanden en natte plekken in het bos zie je in het voorjaar de gewone dotterbloem. De bloemen hebben iets weg van de boterbloem. De bladeren zijn niervormig, maar wel giftig. De ranonkelachtige plant kan 50 cm hoog worden. Hij bloeit in het voor- als in het najaar. Het is een mooie moeras- of oeverplant.

Latijnse naam: Tussilago farfara

Deze vaste plant is één van de eerste bloeiers in het voorjaar. Echt een teken dat het voorjaar voor de deur staat. Hij bloeit vanaf februari of maart. De bloem van het klein hoefblad lijkt wat op de paardenbloem, echter de bladeren verschijnen pas na de bloei in april. De pioniersplant heeft kruipende wortelstokken met lange ondergrondse uitlopers, die wel een meter lang kunnen worden.

Latijnse naam: Taraxacum officinale

De paardenbloem is toch wel het bekendste onkruid of overblijvende composietenplant. Het kruid met de prachtige gele bloem bloeit in april en soms een tweede keer in het najaar. Wist je dat de bladeren eetbaar zijn. Konijnen zijn er ook dol op.

Latijnse naam: Helleborus niger

De kerstroos of heksenkruid heeft prachtige rozewitte bloemen en bloeit vanaf Kerstmis tot half april. De plant is giftig.

De Helleborus snoeien van lelijke bladeren tot aan de grond kan eind januari en begin februari. Eind april zijn de bloemen uitgebloeid en kunnen deze worden afgeknipt. Planten van nieuwe kerstrozen kan vanaf maart tot aan het einde van de herfst. Voeg flink wat compost of bladaarde aan de grond toe.

Latijnse naam: Viburnum tinus

De sneeuwbal bloeit van november tot april. De bloemen zijn roze tot wit.

De sneeuwbal is familie van de kamperfoelie en kan het hele jaar  worden geplant, behalve bij vorst. De heester bloeit nog tot april. Geef in de zomer, wanneer het erg droog is veel water. Wist je dat de sneeuwbal heerlijk geurt. Na de bloei kan je de plant het best snoeien. Later betekent dat je de knoppen wegsnoeit. Een erg mooie winterbloeier.

Latijnse naam: Cornus mas

De boom is winterhard en bloeit van januari tot maart met mooie gele bloemen. Na de bloei krijgt de kornoelje kersrode eetbare vruchten. Vogels zijn er ook dol op.

De Cornus mas staat op de Rode Lijst. De boom of heester kan zo'n 5 tot 6 meter hoog worden. Opvallend is dat de bloemen op het kale hout bloeien in de winter.

Latijnse naam: Erica carnea

De roze winterheide of dopheide bloeit mooi van november tot mei. Het is een groenblijvende dikke bossige sierheester, die ongeveer 25 cm hoog wordt. De grond is kalkvrij en heeft een hoge zuurgraad. Erica staat graag in de zon.

Alle uitgebloeide takken terugknippen. Hierdoor blijft de plant compact en verhout niet te sterk aan de onderzijde. 

Latijnse naam: Skimmia japonica

Skimmia is winterhard en groenblijvend. De heester bloeit tot mei en ruikt heerlijk. Skimmia doet het goed in de (half)schaduw, maar niet in e volle zon. De grond is lichtzuur en niet kalkhoudend. De beste planttijd is september. Snoeien kan in mei of juni, na de bloei.

Latijnse naam: jasminum nudiflorum

De winterjasmijn is een echte klimplant, maar dan wel met ondersteuning van bijvoorbeeld een pergola of raamwerk. De jasmijn bloeit prachtig van december tot mei. De grond is kalkarm en de heester doet het goed in de schaduw of in de zon. Snoeien kan direct na de bloeitijd. Maar let op, de jasmijn bloeit op het hout van het voorgaande jaar, zoals de vlinderstruik.

Latijnse naam: Hamamelis × intermedia

De toverhazelaar is een bladverliezende heester met mooie gele of rode of roodbruine bloemen. De soort bloeit in januari tot maart. De standplaats is een zonnige of licht schaduwrijke plek in een lemige of lichtzure grond. De toverhazelaar kan zich vermeerderen door afleggen d.w.z. een tak op de grond kan gaan wortelen. Snoeien is niet echt nodig, maar het kan ook weer na de bloei.

Latijnse naam:  Forsythia × intermedia

Forsythia bloeit van februari tot eind april en is een echte voorbode van de lente. Snoeien van de plant is direct na de bloei en dit stimuleert de aanmaak van nieuwe scheuten die het volgende jaar gaan bloeien. Forsythia houdt van een plek in de volle zon of  lichte schaduw. De grond is voedselrijk en vochtig. Een mooie winterbloeier.

Latijnse naam: Vinca minor

De kleine maagdenpalm is een groenblijvende bodembedekker die bloeit tot mei en blijft erg laag tot 30 cm hoog. Vinca minor is een echte stinsenplant, een schaduwplant, die je ook in de bossen aantreft. Snoeien kan in maart en april.