Homepage » Nieuws & Events » Leidens Ontzet

Leidens Ontzet

Leidens Ontzet is onze jaarlijkse special over het Leidse volksfeest dat elk jaar gehouden wordt op drie oktober.

In de special staat een stukje geschiedenis van het Beleg van Leiden. Ook het Leidse volkslied vindt u hier. Het programma van het feest van de Sleutelstad staat op de pagina. Verder andere wetenswaardigheden over het Leidens Ontzet, zoals het recept van de traditionele oud-Hollandse hutspot. We wensen u heel veel plezier.

Het Beleg van Leiden

Op drie oktober wordt in Leiden gevierd dat de stad op 3 oktober 1574 ontzet werd door Willem van Oranje en de watergeuzen. De stad werd in dat jaar ruim vier maanden belegerd door de Spanjaarden en de situatie was nijpend. Duizenden mensen vonden de dood, voordat de watergeuzen uiteindelijk de stad binnen kwamen gevaren en haring en wittebrood uitdeelden.

Leiden bleef tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) in eerste instantie trouw aan landsheer koning Filips II van Spanje. De harde maatregelen van de Hertog van Alva tegen de Nederlandse opstandelingen, en de strenge beperkingen van de godsdienstvrijheid, leidden er uiteindelijk toe dat Leiden in 1572 de kant van Willem van Oranje en de opstandelingen koos. Om de stad weer onder Spaans gezag te krijgen begon Alva eind oktober 1573 aan de belegering van Leiden.

 

EERSTE BELEGERING

Het Leidse stadsbestuur was van tevoren al op de hoogte van het aankomende beleg, waardoor het kans zag om voorraden in te slaan. De eerste belegering van Leiden werd eind maart 1574 onderbroken, waarna het Spaanse leger wegtrok om de Slag op de Mookerheide uit te vechten met het leger van de opstandelingen. Na de Spaanse winst op de Mookerheide werd het beleg in de nacht van 25 op 26 mei 1574 hervat.


TWEEDE BELEG

De goede voorbereidingen bij het eerste beleg, werden bij het tweede beleg niet herhaald. Ondanks dat het stadsbestuur gewaarschuwd werd dat de Spanjaarden terugkwamen, legden zij geen nieuwe voorraden aan en haalden zij zelfs de Spaanse belegeringswerken niet neer. De situatie in Leiden verslechterde snel en 6.000 burgers stierven uiteindelijk van de honger en aan de pest. Het stadsbestuur weigerde zich over te geven en vooral burgemeester Pieter van der Werff werd het symbool van de Leidse prinsgezindheid. Om de bevolking moed te geven, bood hij zelfs zijn eigen lichaam aan om de burgers te voeden, met de woorden: “Dus, zo gij met mijn dood beholpen zijt, laat hand aan dit lichaam; snijdt het aan stukken, en deelt ze om, zo wijd als ’t trekken mag.”

 

WITTEBROOD, HARING EN HUTSPOT

Het Leids ontzet kwam nadat de watergeuzen dijken bij Rotterdam en Capelle aan den IJssel doorstaken en naar Leiden voeren. De Spanjaarden vluchtten voor het hoge water en de stad was bevrijd. Hierbij wordt een heldenrol toegeschreven aan Magdalena Moons, de maîtresse van de Spaanse commandant Francisco Valdez. Zij zou Valdez ervan overtuigd hebben de beslissende aanval uit te stellen, waarna de geuzen de stad konden ontzetten. Na het beleg deden de hongerige inwoners van Leiden zich tegoed aan een grote ketel hutspot, die door het weesjongetje Cornelis Joppenszoon bij de Lammenschans in het verlaten Spaanse kamp werd gevonden, en de haring en het wittebrood dat door de geuzen werd meegenomen.

Het Leids ontzet wordt sinds 1574 elk jaar herdacht in de Leidse Pieterskerk. De jaarlijkse viering met allerlei festiviteiten werd in 1886 voor het eerst gehouden, waarbij in de ochtend gratis haring en witbrood wordt uitgedeeld aan alle inwoners van Leiden.


Het officiële recept voor de Leidse Hutspot:

INGREDIËNTEN

  • 600 gram klapstuk
  • 3 deciliter water
  • 1 eetlepel zout
  • 1 1/2 kilo aardappelen
  • 1 1/2 kilo winterwortelen
  • 400 gram uien
  • 100 gram boter of margarine
  • 1 deciliter melk

 

BEREIDINGSWIJZE

Schil de aardappelen en snijd ze in grove stukken, van ongeveer gelijke grootte. Maak de winterwortelen en de uien schoon en snijd ze klein.

Breng het water met het zout aan de kook en laat de klapstuk hierin ca. 1 uur koken. Voeg de aardappelen, de wortelen en de uien aan het vlees toe en breng de massa weer aan de kook. Laat die 30 minuten doorkoken tot alles gaar is.

Haal het vlees uit de pan en houd het warm. Schenk het eventuele kookvocht af en bewaar dit. Stamp de aardappelen en groenten goed fijn en meng alles goed door elkaar.

Breng de melk met de boter of margarine aan de kook en roer dit door de hutspot. Als de stamppot te droog is, kan het met het kookvocht wat smeuïger worden gemaakt.

Snijd de klapstuk in kleine stukken en meng dit door de hutspot.

Leids dictee: De ramp met het kruitschip

Met een onwijze teringknal vloog 200 jaar geleden het kruitschip aan het Steenschuur de lucht in. De explosie van de 369 vaatjes buskruit was te horen van de Bouwelouwensteeg via de Koeliekerk tot ver voorbij de Kolfmakersteeg. De Doezastraat was één puinhoop en de Ruime Consciëntiestraat leek wel een slagveld. 
Juh, het carillon van het stadhuis was zelfs beschadigd, zo hoorde je boze tongen beweren. Maar ook buiten de singels werd de ontploffing gehoord. Waar nu woonwijk de Coebel is, schrok het vredig grazende vee zich de pleuris in de polder met zijn weidse vergezichten. 
De volgende ochtend bij het hazengrauwen was de volle omvang van de ramp pas goed zichtbaar. Zo’n 160 Leidenaars konden op het stro worden gelegd, vooral kinderen, baggedetten, klodderkonten en hollewaaien die hadden verzuimd op tijd de kuierlatten te nemen. 
Het mannelijk deel van de bevolking had mazzel. Dat was aan het werk of bevond zich in de stoel van de barrebok. Of zat gekleed in boezeroen met helmzeel en bonkertje in de relatieve veiligheid van de gelagkamer van etablissementen en lappen-kroegen in de Janvossensteeg, Choorlammersteeg, Dwars Koornbrugsteeg of Pieterskerk-Choorsteeg. 
Daar waren zij steevast aan het bonaken of bamzaaien en gooiden zich vol met bier, jajem en andere spiritualiën tot ze als een blei waren. Naast de 160 mensen met een tuintje op hun buik, waren er ook nog eens 218 huizen volledig verramponeerd. En lang niet iedereen was verassureerd in die tijd, hoor. Ondanks de beperkte communicatiemiddelen in 1807, kwam de hulp snel op gang. Koning Lodewijk Napoleon, die naar verluidt zelf de klap in ’s-Gravenhage had gehoord, was als een speer naar Leiden gekomen om de plek des onheils met eigen ogen te aanschouwen. Na een tête-à-tête met de burgemeester nam hij de schade op. Wat een tyfuszooi, kon hij niet anders dan concluderen.
De nood was hoog maar boeren, burgers en buitenlui in den lande toonden zich geen nijpnaars en gaven met gulle hand. De arme dalvers van Leiden profiteerden meer dan getroffen rijkeluis-kinderen van de gegoede burgerij. 
Misbruik werd er ook gemaakt van de ramp. Door de enorme toestroom van ramptoeristen stegen de bierprijzen explosief en al gauw werden de lokale horecaffers beschuldigd van laaienlichterij. Klabakken waren nodig om de orde te herstellen en te voorkomen dat de waard een kuister voor zijn harses kreeg van het boze grauw.

Bron: www.zwaan.ws/leids