Homepage » Natuurlijk tuinieren » Dieren » Gele weidemier

De gele weidemier

De meest voorkomende mieren in het gazon zijn de wegmier, de gewone steekmier en de gele weidemier.

De laatste zie je het minste van, want de werksters zijn lichtschuw. Ze zijn geel tot geelbruin, de wegmier is zwartbruin en de steekmier is bruinrood.

De nesten
Weidemiernesten kunnen heel opvallend zijn. Dit is in Nederland goed te zien op weinig begraasde graslanden, zoals kwelders, beekdalen, rivierduinen en onder het prikkeldraad langs Zuid-Limburgse weilanden. In een regelmatig gemaaid gazon krijgen ze natuurlijk geen kans om een bultvormig nest te creëren. Waarschijnlijk is daar ook geen noodzaak toe. Het lijkt er op dat de begroeide bultvorm alleen voorkomt op relatief vochtige terreinen, al dan niet tijdelijk. Onbegroeide nestbulten kun je overal tegenkomen. Het losse zand dat de mieren opwerpen en waaruit de bult wordt gevormd, stort weer gemakkelijk in. Er zijn ook plaatsen waar je nooit bultvormige nesten tegenkomt, zoals in de kalkarme duinen, bosranden, dijken, wegbermen, gazons (foto) en sportvelden. Kleine, pas gestichte nestjes, kun je vinden in poep van grote grazers en zelfs in de lege huisjes van wijngaardslakken.